Het verbruik van natuurlijke hulpbronnen beperken

Initiatieven

Kwalitatieve doelstellingen

De voedingsbedrijven nemen maatregelen om het energie- en waterverbruik per ton product te verminderen. Ze streven voorts naar een vermindering van het totale energie- en waterverbruik.

Er wordt zuinig omgesprongen met landbouwgrondstoffen en verliezen worden vermeden. Organisch materiaal dat toch verloren gaat, wordt, in de mate van het mogelijke, volgens de ladder van Moerman benut.

Het niet-organisch materiaal wordt hergebruikt, gerecycleerd of gevaloriseerd volgens de ladder van Lansink.

Ambities van de sector

  • Vermindering van de hoeveelheid gebruikte energie per eenheid van productie met:
  • 18% tussen 2005 en 2020 voor de Waalse bedrijven in de Accord de branche
  • 6 % tussen 2014 en 2020 voor de Vlaamse bedrijven in de Energiebeleidsovereenkomst
  • Vermindering van de hoeveelheid gebruikt water per productie-eenheid met 15% tussen 2010 en 2020
  • 0 ton gestort afval en verbetering van de index op de ladder van Moerman
  • Vermindering van het voedselverlies met 15% tegen 2020

Bijdrage en plan van aanpak van FEVIA

Bedrijven sensibiliseren en samenwerken om tools voor de bedrijven te ontwikkelen

Door:

  • 160 bedrijven te sensibiliseren en te begeleiden in de Accord de branche Energie/CO2 en de Energiebeleidsovereenkomst
  • Ervoor te zorgen dat minstens 50 bedrijven deelnemen aan de initiatieven opgezet voor KMO’s zoals de « mini-Energiebeleidsovereenkomst »
  • De bedrijven te betrekken in de uitvoering van de roadmappen rond “voedselverlies”
  • Tenminste één informatiesessie per jaar te organiseren over één van de thema’s
  • Tenminste één nieuw project per jaar te organiseren met de bedrijven

Bijdrage aan de « Sustainable Development Goals »

Responsible consumption and production 

Indicatoren

Evolutie van de hoeveelheid primaire energie in TJ

Energy NL

De officiële statistieken op vlak van energieverbruik van de voedingsbedrijven vertonen een toename met 20.000 PJ primaire in de Belgische voedingsindustrie tussen 2005 en 2015. Gedurende dezelfde periode is de productie eveneens toegenomen maar minder sterk. In 2015 verbruikte de Belgische voedingsindustrie, op basis van deze officiële gegevens, 15% meer energie per productie-eenheid ten opzichte van 2005.

Deze gegevens zijn tegenstrijdig met de geverifieerde cijfers van de Accord de Branche en de Energiebeleidsovereenkomst in Vlaanderen. In deze context is het verbruik van de sector 58,9 PJ primair. Voor de productie van één productie-eenheid, is het energieverbruik van de bedrijven met 15% gedaald tussen 2005 en 2015.

Evolutie van het waterverbruik

Water NL

Het waterverbruik in de voedingsindustrie (koelwater inbegrepen) fluctueert rond een totaal verbruik van 80.000.000 m3. Over de jaren heen neemt de productie aanzienlijk toe. Toch was er, dankzij een hogere efficiëntie, in 2012 in totaal 39% minder water nodig dan in 2000 om eenzelfde voedingsmiddel te produceren.

Index van Moerman voor organisch materiaal

De index van Moerman is een indicator die ontwikkeld werd in het kader van de haalbaarheidsstudie, die in 2013 werd gerealiseerd, met oog op het omvormen van de Waalse voedingsindustrie tot een milieu-neutrale sector tegen 2030. Deze indicator weegt de verschillende stromen organisch materiaal geproduceerd door de voedingsindustrie in functie van hun positie op de ladder van Moerman, die herleid is tot zes niveaus.

De officiële gegevens bieden geen precieze cijfers over de verschillende materiaalstromen. De tabel hieronder is gebaseerd op een aantal schattingen, op hun beurt gebaseerd op verschillende bronnen.

Rang op de ladder van Moerman Schatting van de geproduceerde hoeveelheid in België in ton Wegingscoëfficient Bronnen schatting aantal ton
Humane voeding 18.500.000 0 Statistieken Prodcom/Monitoring voedselverlies Vlaanderen
Dierenvoeding 4.500.000 2 Statistieken Prodcom/Monitoring voedselverlies Vlaanderen/BFA

Grondstoffen voor non-food 

500.000 4 Statistieken Prodcom/Monitoring voedselverlies Vlaanderen
Meststof 400.000 6 Monitoring voedselverlies Vlaanderen
Toepassing als duurzame voedingsstof 800.000 8 Monitoring voedselverlies Vlaanderen
Verbranding en storten 3.000 10 Monitoring voedselverlies Vlaanderen
INDEX VAN MOERMAN = 0,80

Indien alle materiaalstromen uit de voedingsindustrie bestemd waren voor menselijke consumptie, zou de index van Moerman gelijk zijn aan nul. Indien alle materiaal werd verbrand of gestort, zou de index van Moerman gelijk zijn aan 10. Een index van 0,80 is in dat opzicht een bijzonder goede prestatie.

Index van Lansink voor anorganisch materiaal

De index van Lansink is een indicator die ontwikkeld werd in het kader van dezelfde haalbaarheidsstudie als de index van Moerman. Deze indicator weegt de verschillende anorganische materiaalstromen van de voedingssector in functie van hun plaats op de ladder van Lansink.

De beschikbare gegevens inzake afval laten niet toe om een index van Lansink op te stellen.

Voedselverliezen

In de eerste monitoring van voedselverlies in Vlaanderen, uitgevoerd in 2017, bedroegen de voedselverliezen in de Vlaamse voedingsindustrie 225.000 t, hetzij 1,5% van de totale voedselproductie door de voedingsindustrie in Vlaanderen. Deze verliezen gaan niet helemaal verloren, gezien ze gebruikt worden voor dierenvoeding, gecomposteerd, vergist of verbrand worden met recuperatie van energie.

In Wallonië, geven audits gerealiseerd in 16 voedingsbedrijven in 2016 en 2017 een eerste schatting van de voedselverliezen in de Waalse voedingsindustrie, met name 2,3% van de productie.

Hoeveelheid stortafval

In 2011 werd 399 ton organisch en niet-organisch afval afkomstig van de Vlaamse voedingsbedrijven gestort. Dit gegeven is niet beschikbaar voor de andere gewesten.